Nov 10 2025
/
NAJAARSREIS 2025 naar ZUIDWEST- IERLAND
Verslag van de najaarsreis naar Ierland van 26 augustus tot 2 september 2025 door Albete Panis.
Foto: Paul De Keyzer.
Ik breng jullie hierbij mijn journaal van onze Ierlandreis, vanaf het vertrek op 26 augustus tot thuiskomst op 2 september.
Af en toe heb ik er ook een” wistje-datje” tussen gestoken om je zoveel mogelijk te laten kennis maken met de Ierse cultuur, de mythes en de gewoontes. Je kan onmogelijk over Ierland spreken en het niet hebben over whiskey, slecht weer, hongersnood, of muziek.
Het is beslist. We gaan naar Ierland, ook wel Eire genoemd of Emerald Isle.
Hier gaan we dan.
Zo dichtbij, slechts anderhalf uur vliegen, en toch zo onbekend voor de meesten onder ons. Intrigerend dus.
In de voetsporen van Sint Patrick gaan we naar de wieg van het Europese christendom. We vertrekken op 26 augustus, vroeg in de morgen.
Na een vlotte vlucht met Aer Lingus, wacht een Premium Tour autocar ons op in Dublin. Myriam zal de komende acht dagen onze voortreffelijke gids zijn en Bert onze fantastische chauffeur. Zij zullen de komende week een goed samenwerkende tandem vormen. We beginnen meteen aan de goed uitgestippelde tocht.
De streek waar we doorheen rijden biedt een grote verscheidenheid aan natuur en cultuur. De natuur kunnen we vanuit onze comfortabele autocar bewonderen, de cultuur wordt ons door Myriam, met verve uitgelegd. Haar grote kennis over Ierland is zeker een pluspunt:
Ierland is op twee na het grootste eiland in de Atlantische Oceaan. De Republiek telt 5,38 miljoen inwoners. De taal is Engels en Iers (of Gaelisch) en het nationaal symbool is een gouden harp met zilveren snaren. Ierland is lid van de Europese Unie maar geen lid van de Navo. De vlag is groen, wit en oranje.
Ierland verbluft met zijn landschappen en betovert met zijn stilte. Dromers, dichters en schilders werden geïnspireerd door het landschap met z’n stapelmuurtjes, de cottages met hun rieten daken, de heuvels, de glooiingen en de verlaten stranden. Zon en regen wisselen hier elkaar af aan de lopende band.
Na een behoorlijk aantal kilometers stopt de bus bij een typisch restaurant. In de” Horse and Jockey” genieten we van een smakelijke lunch. Hier proeven wij onze eerste Guinness, het typisch donkere Ierse bier, een soort stout.
Daarna gaat de tocht verder door het prachtige landschap.
Onze eerste kennismaking met het oude Keltenland is een bezoek aan de “Rock of Cashel ”in County Tipperary. Deze site staat bekend om z’n rijke geschiedenis en architecturale pracht met wortels die teruggaan tot de 4e eeuw. Volgens de legende zou Sint- Patrick hier met een klaverblad de Drie-eenheid hebben verklaard. Zo is Ierland aan zijn tweede symbool geraakt, de “Shamrock”, het klavertje. Cashel is een prachtig monument van het vroegchristelijke Ierland: oude koningen, beschermheiligen en ongeëvenaarde schoonheid.
“There is such beauty in ruins, such a stillness and magic for the imagination.”
Na het bezoek aan de rots rijden we verder richting Killarney waar we drie nachten zullen verblijven in het Randles Hotel. Dit viersterren-hotel voldoet aan onze wensen; de kamers zijn comfortabel, het restaurant straalt klasse uit, het eten ’s avonds is voortreffelijk en de bedden zijn zacht.
Op dag twee van de reis 27 augustus …
We rijden we langs de wilde Atlantische kust van Zuidwest-Ierland. Op het schiereiland Iveragh cirkelt de “Ring of Kerry”, een 180 km lang circuit, langs ongerepte stranden, adembenemende vergezichten, middeleeuwse ruïnes en charmante dorpjes. De door wind geteisterde kusten, ruige hoogvlaktes en weelderige vegetatie vormen een uniek landschap. Al snel merk je dat de” forty shades of green” allesbehalve een cliché zijn. De plotse afwisseling van regen en zonneschijn levert bovendien prachtige regenbogen. Bijna dagelijks zien we zo’n grote regenboog zich ontplooien voor onze bus, maar de pot met goud aan het eind ervan hebben we nooit gevonden. Die was telkens weer gepikt door de Leprechaun. Deze slimme kabouter komt vaak voor in de Ierse folklore, het is een mythisch figuurtje, schoenmaker van beroep, die mensen vaak op het verkeerde been zet.
Op onze weg liggen talrijke schapenboerderijen. Op één ervan kunnen we getuige zijn van een “sheepdog show”.
Gefascineerd kijken we toe hoe een Border Collie zijn vaardigheid in het hoeden van schapen demonstreert. Een sterk staaltje van intensieve honden-training. Deze shows tonen de natuurlijke instincten van de honden, maar ook zijn gehoorzaamheid en de samenwerking tussen hond en baas.
We zetten onze tocht verder doorheen het ruwe landschap en stoppen hoog boven een prehistorisch ringfort, een stenen fort uit de ijzertijd. Deze forten hadden een verdedigingsfunctie en werden gebouwd op plekken met electromagnetische krachtvelden. Ierland kent tal van prehistorische vindplaatsen gaande van stenen cirkels, dolmens, graftomben en forten. Deze eeuwenoude bouwwerken zijn diep verweven met Ierse mythes, legenden en folklore.
Hierna krijgen we een korte fotostop in Coirean (Waterville) een dorpje waar Charlie Chaplin graag vakantie vierde met z’n familie. Hij kreeg er een bronzen standbeeld op één van zijn favoriete plekken, het schilderachtige viewpoint op de Atlantische Oceaan.
Nog voor de lunch begint het stevig te regenen zodat we in de “Scarriff Inn” weinig genieten van het prachtige uitzicht op de oceaan dat ons werd beloofd, samen met de “fisch and chips,”.
In de namiddag brengen we een bezoek aan de beroemdste manor van het land, “Muckross House”. Dit schitterend herenhuis in victoriaanse stijl werd voor Henri Arthur Herbert en zijn echtgenote ontworpen door de bekende Schotse architect William Burn. Het ligt zeer idyllisch aan het gelijknamige meer in het hart van Killarney-National Park en doet nu dienst als volkenkundig museum. Vooral de tuinen zijn groots, uitgestrekt en prachtig. De aanleg ervan begon met het oog op het bezoek van Queen Victoria in 1861.
We verlaten het landgoed en rijden doorheen het National Park met het grootste eikenbos van Ierland dat onder bescherming staat van Unesco als” biosfeerreservaat”.
Deze tweede dag verliep redelijk nat en toch is iedereen tevreden en opgewekt.
Voor het souper genieten we nog van een bruisend aperitiefje terwijl Paul van Marijke de Ierlandvaarders vergast op een korte welkomst-speech.
Derde dag van de reis: 28 augustus …
We rijden via de D3 naar de Healy Pass op het Beara schiereiland, via de “Hungry Road” of “National Famine Way”. Deze weg werd aangelegd door hongerige boeren die hun patattenoogst zagen verloren gaan ten gevolge van aardappelziektes en dit van 1845-1852. Deze getroffen boerenfamilies werden door de landheren gedwongen om honderden kilometers weg af te leggen om dan het schip naar Amerika te nemen.
Eén miljoen mensen stierven toen van de honger en meer dan een miljoen emigreerden. Zo verloor Ierland op korte tijd meer dan twee miljoen inwoners. Deze periode was dan ook één van de donkerste bladzijden uit de Ierse geschiedenis.
Chauffeur Bert laveert zijn autocar over de smalle en kronkelige weg, soms is de afgrond naast de bus zo steil dat we onze ogen dichtknijpen uit schrik.
Op de top van de berg is een wandeling gepland. Het wordt een uitdagende tocht in een fascinerend en overdonderend ruw landschap met ongelooflijke vergezichten. Behalve een enkele auto en een paar verdwaalde schapen lopen we daar gans alleen, een pittige tocht die zich sterk laat voelen in versleten knieën….
Met veel moeite kruipen we terug de bus in en rijden verder naar Glengariff in Bantry Bay.
Dit mooi, klein dorpje met slechts 250 inwoners, ligt genesteld tussen de bergen en de zee. Hier ligt aan de kustlijn, en dit sinds 1745, “hotel Eccles”. In dit mooie, victoriaanse hotel krijgen we een snelle lunch voorgeschoteld vergezeld van een Guinness.
Na de lunch trekken we naar de haven om de boot te nemen naar Garinisch eiland. Dit piepklein eilandje staat bekend om zijn tuinen die echt van een zeldzame schoonheid zijn. Door de beschutte ligging èn de invloed van de Golfstroom heerst hier een subtropisch klimaat, ideaal voor de groei van planten van over de hele wereld. Exotische bloemen uit Chili en Nieuw-Zeeland maar ook petunia’s, dahlia’s en klimrozen.
Hier vinden we fascinerende tuingebouwen, een Italiaans theehuis en een Martello-toren. Ooit was dit eiland een militaire basis tot het in 1910 in handen kwam van John Bryce en z’n echtgenote Violet, waarna ze tuinarchitect Harald Peto inhuurden om van het eiland een waar paradijs te maken.
Na een mooie wandeling en een groepsfoto varen we terug naar het vasteland met de Harbour Queen. In de verte spotten we zeehonden die liggen te genieten van de zeewind.
Op het einde van deze prachtige dag bereiken we hotel Randless weer.
Na een fijn diner haasten we ons om onze koffers te pakken want morgen rijden we verder, noordwaarts, naar de omgeving van Galway.
Vierde dag van de reis: 29 augustus…
We rijden richting noorden en bereiken Adare, een pittoresk dorp dat genoemd wordt als één van de mooiste in Ierland. Spijtig genoeg regent het zo hard dat we liever in de shop gezellig blijven koffiedrinken of op zoek gaan naar pittoreske dingen om mee te nemen naar huis. Alle wollen artikelen zijn zo mooi, het is moeilijk kiezen tussen de prachtige dessins op mutsen en sjaals.
Ook beroemd zijn de typisch Keltische juwelen, bekend om hun ingewikkelde knoopwerken en symbolen zoals oa de Claddagh-ringen. De triquetra, de Keltische knoop, symboliseert leven, dood en wedergeboorte maar ook de drie elementen: land, water en lucht.
We reizen verder. Onderweg naar Bunratty, in Limerick, gebruiken we de lunch bij Durty Nelly. Deze pub is al vierhonderd jaar het kloppend hart van Bunratty, een echt bewijs van de warmte en de spirit van de Ierse gastvrijheid. Wij smullen hier van een heerlijke kippenbout en een lekker gebakje als nagerecht.
Bunratty Castle is een bombastisch bouwwerk dat getuigt van macht en kracht. Gebouwd in de 10 eeuw als handelspost van de Vikingen. In z’n hoogdagen draaide het hier om pracht en praal te midden van een schitterend landschap en tuinen, inclusief een roedel van 3000 herten.
Sinds 1963 kan men hier deelnemen aan middeleeuwse banketten met uitgebreide buffetten, heerlijke honingwijn en Ierse muziek. Het Folk Park is een openluchtmuseum dat het Ierse dorps-en plattelandsleven toont uit de 19de en begin 20ste eeuw.
Na een mooie wandeling door dit fotogenieke ”Iers Bokrijk”, brengt de bus ons naar Kilmacduagh, een historische locatie in County Galway, niet ver van de stad Gort. Deze site is bekend om zijn kloosterruïnes, een kathedraal en een opmerkelijke hoge ronde toren.
Ooit stonden hier 8 kerken en woonden er honderden monniken samen. Het was toen een belangrijk religieus centrum dat in het begin 7de eeuw werd gesticht door Sint-Colman.
Kloosters waren toen niet alleen gebedsgebouwen voor geestelijken. Ze waren centra van handel, wetenschap en macht. Naast de daadwerkelijke kerk-gebouwen waren er nog meer bouwwerken voor andere doeleinden.
Hier liepen handelaren, priesters en koeien door elkaar. Hier schilderden monniken de prachtigste miniaturen op de fijnste lamsvellen.
Naast de verweerde Keltische kruisen valt vooral de enorme hoge ronde toren op van 34,5 meter, naar het schijnt de hoogste van het land. Men veronderstelt dat de honderden ronde torens die overal verspreid liggen in Ierland, werden gebouwd ter verdediging tegen de Vikingen, maar sommigen hebben daarover hun twijfels. De monniken verborgen hun kostbaarheden hoog in de toren waarvan de voordeur 8 meter hoog lag, ze hoefden de ladder alleen maar op te trekken et voilà, ze zaten veilig! Weken opgesloten zitten in een hoge toren zonder toegang tot een waterbron en kwetsbaar voor elke brandende pijl die de vijand naar binnen schiet en het voortdurend risico lopen dat de toren met al zijn openingen in een oogwenk verandert in een rokende schoorsteen! Is dat wel zo veilig ?
Terwijl we hier stil rondkuieren schijnt de zon over de site, de foto’s zullen prachtig zijn en de sfeer die hier heerst werkt op ons in, rust en vrede.
Vele Keltische kruisen staan scheefgezakt door ouderdom. Het typische kruis met wiel rond het snijpunt van de balken is een prominent onderdeel op historische locaties en Ierse begraafplaatsen. Het is vaak zeer rijk aan symboliek en erg gedetailleerd en slaat een brug tussen het oude geloof met het zonnewiel als symbool en het nieuwe geloof met het kruis als herkenning en eert zowel heidense als christelijke wortels.
Vlak naast het eeuwenoude kerkhof gaan we ons overleveren aan één van de oudste tradities van Ierland, nl whiskeyproeven. Chauffeur Bert heeft genoeg plastic bekertjes voorhanden die kunnen dienstdoen als whiskeyglas.
Vermits de Ierse monniken pioniers waren op het gebied van distillatie van gefermenteerde granen, (en dit al in de 12e eeuw) zullen zij die op de site begraven liggen het ons niet kwalijk nemen dat we hier, en met veel plezier, hun levenswater uitproberen. “Uisce Beatha”. De doden zullen het ons vergeven, ze zullen het in elk geval niet verder vertellen. Onder een stralende zon klinken we op Ierland, op onze mooie reis en op de warme vriendschap tussen de reizigers.
Whiskey was ooit de populairste drank ter wereld (19e eeuw) en Dublin stond bekend als de whiskeyhoofdstad. Ierse whiskey verschilt van Schotse whisky door het feit dat er driemaal wordt gedistilleerd ipv twee keer (Schotse) en dat de rijping minimum drie jaar duurt en dit in eikenhouten vaten. Het resultaat is een lichte, zachte whiskey met toegankelijk karakter. Tegenwoordig is Ierse whiskey de snelst groeiende sterke- drank-categorie ter wereld. Een traditionele Ierse whiskey heeft ook geen rook-of turfsmaak omdat de Ieren hun mout niet drogen boven turfvuur.
De volgende drie nachten logeren we in het” Connemara Coast Hotel”, in de omgeving van Galway. Een modern, mooi hotel met rijkelijk ontbijt en ‘s avonds lekkere diners.
Op 30 augustus beleven we onze vijfde reisdag.
Vandaag verkennen wij de Connemara met als hoofdstad Clifden, bijna te mooi voor woorden: pure schoonheid, wild, verlaten en adembenemend. De velden liggen als een lappendeken verspreid met stenen muurtjes afgeboord, traditionele huisjes hier en daar, beukende golven op verlaten stranden. Wij genieten van wild natuurschoon met bergen, meren, tabakskleurige heuvels, bergstromen en magnifieke uitkijkpunten. Hier ligt enorm veel veengebied,”bogland ”genaamd.
De Connemara is één van de armste regio’s van het land, een verlaten gebied geteisterd door de grootste hoeveelheid regenval per jaar maar de streek ademt evenwel pure magie. Door de emigratie tijdens de hongerjaren leven hier meer schapen dan mensen. Ook de raszuivere Connemara pony’s zien we overal ronddraven. In deze streek vol legenden en folklore wordt vooral Gaelish gesproken.
Het regent alweer wanneer wij in de bus zitten. Schrik bestaat dat “slechtweer-neerslachtigheid” zal binnensluipen in de groep want dit is een aandoening met gevaarlijk hoge besmettingsgraad! Om dit te voorkomen worden mooie, Ierse ballades gespeeld. Deze prachtige liederen laten niemand onberoerd en tillen het geluksgevoel naar grotere hoogten. Het effect van de muziek is geweldig en na een tijdje wordt zelfs luidkeels meegezongen wanneer Molly Malone haar “cockles and mussels” tracht aan de man te brengen. Trouwens, Singing in the rain geeft ook een op-peppper
Het weer in Ierland heeft meer gedaan dan het landschap gevormd, het heeft ook de Ierse cultuur gekneed. De traditionele Ierse muziek drukt de ziel uit van de Ieren. Hier is muziek een taal en traditionele muziek is sociaal, verhalend, divers en heel laagdrempelig.
Door al dat zingen hebben we zowaar een hongerke gekregen, we kijken dan ook uit naar de lunch die vandaag bestaat uit een mooie schotel met lekkere, verse schaaldieren, heerlijk…
Na de middag volgt een bezoek aan ”Kylemore Abbey”, een romantisch kasteel dat schilderachtig gelegen is in een bergachtig landschap aan de rand van een meer. Henry Mitchell, arts en politicus, liet dit neogotische kasteel bouwen voor zijn jonge echtgenote Margaret die tijdens haar huwelijksreis verliefd was geworden op de Connemara. Ze wou er doodgraag wonen. Het is één van de meest iconische plaatsen in Ierland. Het landgoed beslaat 404 hectare en heeft een prachtig aangelegde ommuurde tuin. Tijdens een reis naar Egypte echter stierf Margaret. Henri liet een kerk bouwen als elegant gedenkteken aan haar. Dit mooie gebouw is een unieke en aangrijpende liefdesverklaring van Henri aan zijn echtgenote. Toen Mitchel zelf overleed in 1910 werd hij naast haar begraven in het mausoleum op het landgoed.
In 1920 werd het kasteel verkocht aan nonnen van de Benediktijnen-orde die het Belgische Ieper waren ontvlucht voor de oorlog. Zij maakten van het kasteel een klooster en een school.
Zesde dag van de reis: 31 augustus :
Vandaag is een speciale dag voor medereizigers Jef en Christiane uit Sint -Niklaas. Toen er op het vliegveld van Dublin één van hun koffers mankeerde was er heel even kleine paniek maar al gauw hebben die lieve collega’s zich zonder zagen of klagen bij de situatie neergelegd. Vier dagen na elkaar kwam de belofte dat de valies onderweg was en telkens weer de teleurstelling, het zal weer voor morgen zijn tot zij het wachten moe werden en op zoek gingen naar nieuwe kleren. Vandaag vieren zij hun huwelijksverjaardag en daar doen we op de bus graag aan mee met een kaartje, een geschenkje en vrolijke muziek vooral omdat wij Jef en Christiane een hart onder de riem willen steken als compensatie voor het “valiesverlies”.
Het weer zit alweer niet mee, maar wij zien in de bus alleen stralende gezichten van gelukkige mensen.
Onze eerste stop vandaag is er ééntje van formaat. In de buurt van Kinvarra, schittert Dungaire Castle op een rots in de Galway Bay. Het kasteel werd gebouwd in 1520 door de O’Hynes clan. Dit is het meest gefotografeerde kasteel van Ierland. Om het plaatje nog mooier te maken, glijden witte zwanen over het stille water van de baai. De camera’s klikken om ter meest.
Vandaag ontdekken we de natuur in zijn wildste en puurste vorm. Een spectaculair geogafisch wonder zijn de “Cliffs of Moher.” Ze stijgen 120 meter boven de Atlantische Oceaan bij Hag’s Head en bereiken hun max. hoogte ten noorden van O’Brien’s Tower. De kliffen rijzen bijna loodrecht op uit de zee. Je kan duizenden jaren aan sedimentaire lagen tellen in de kolossale rotsen, echt spectaculair. Ze zijn ook leefgebied van reusachtige vogelkolonies.
De weergoden werken ons alweer tegen, regen en wind beuken tegen de rand van de rotsen en met veel moeite houden we met beide handen ons fototoestel min of meer recht. Maar, hoe hard de wind ook om je oren blaast, de Ierse natuur heeft altijd iets uitnodigend. De foto’s van de kliffen zullen evenwel niet veel soeps zijn.
We rijden door het prachtig panorama van de “Burren”, een uniek karstlandschap geschapen door gletsjers. Toen de ijskappen over de Burren trokken erodeerden ze de bodem waardoor verse kalksteenoppervlakken bloot kwamen te liggen. Het is een gestreept maanlandschap van grijze kalksteen dat ooit werd gevormd onder oude zeeën. Grijze rotsblokken liggen overal verspreid. De streek wordt ook gekenmerkt door ondergrondse zinkgaten, duizenden grotten, fossielen en een ongelooflijke variëteit aan bloemen, van inheemse tot arctische, alpine en mediterrane soorten. Het gebied is rijk aan historische en archeologische vindplaatsen, zoals in Kilfenora, stad van de Kruisen.
Nadat we compleet zijn uitgeregend in de Burren, rijden we naar Galway stad voor een kort bezoek.
Dit schijnt de meest Ierse stad te zijn van het land. Traditionele muziek weerklinkt in de straten en het Gaelic wordt nog volop gesproken. Deze universiteitsstad heeft een onconventioneel tintje, relaxed en altijd in voor een party. In de smalle straatjes liggen veel warme, oude pubs waar vaak nog een turfvuur brandt. Veel winkeltjes verkopen Claddagh-ringen, Aran-truien en zwart snijwerk, allemaal mooie souvenirs uit Ierland.
We brengen een bezoekje aan de kathedraal (de OLV ten hemel- en Sint-Niklaaskerk) in het centrum van de stad. Het imposante gebouw beschikt over een indrukwekkende verscheidenheid aan beelden, mozaïeken en glas-in-loodramen. In één van de zijkapellen van de kerk vinden wij een mozaïek aan de muur met een devoot biddende John F Kennedy die hier in 1963 op bezoek kwam als eerste katholieke president van de VS.
Dan is het tijd om ons hotel terug op te zoeken. Hier wacht ons een heerlijke Irish Coffee die, na de kletsnatte dag in de Burren, ons hart en body verwarmt. Leve Ierland, leve ons en leve de Ierse uitvinding van sterke koffie met een scheut whiskey en een ferme dot crème er bovenop…
Zevende dag van de reis: 1 september :
Onder een stralende zon rijden we oostwaarts, richting Dublin.
De Ierse metropool wordt omgeven door bergen en ligt halverwege de oostkust aan een prachtige baai in de Ierse Zee. De stad werd gesticht door de Vikingen in 988.
De rivier Liffey snijdt de stad in twee delen, een noordelijk armer gebied en een iets rijker zuiden. De straten en steegjes staan vol eigentijdse kunst en historische gebouwen, hippe cafés en traditionele oude-mannen-pubs (zoals de Ieren ze zelf noemen) en een paar grote parken waarin regelmatig festivals worden gehouden.
In Dublin loert achter elke hoek geschiedenis, zegt Peter Vandermeersch, en hij kan het weten want hij is met een Ierse gehuwd en woont al meerdere jaren in dit land.
Vandaag bezoeken we het prachtige bibliotheekgebouw uit de 18de eeuw van Trinity College, een schitterend bouwwerk uit de tijd dat Dublin de mooiste” Georgian” stad van het Britse rijk was. Hier bevindt zich de tentoonstelling van het “Book of Kells”, de grootste culturele schat van Ierland en één van ’s werelds beroemdste middeleeuwse manuscripten. Het dateert uit 800 n.C. en omvat de vier evangelies in het Latijn, geschreven op kalfsperkament in een sierlijk Keltisch schrift.
In het boek gaat het minder om de tekst dan wel om de illustraties. De afbeeldingen in het boek, of het nu kleine versierselen zijn of paginagrote miniaturen, zijn verbluffend. De visuele overvloed is ongeëvenaard. Er zijn illustraties van mensen, dieren en mythische wezens, van evangelisten, de maagd Maria en Jezus. Slangen, pauwen, leeuwen, hazen en muizen lopen en kruipen door het boek. Razend ingewikkelde Keltische knopen liggen om teksten heen.
In deze Old Library worden nog 600 andere middel-eeuwse manuscripten bewaard.
Een ander voorwerp dat hier bijzondere aandacht verdient is Brian Boru’s harp uit de 14de eeuw omdat die het symbool werd van de Ierse staat en, minstens even belangrijk, ook het embleem van Guinness.
Na dit bezoek trekken we naar St James’s Gate voor een bezoek aan het Guinnes Storehouse, dé attractie van Dublin.
Hier ontdekken we het verhaal van het beroemde Ierse stoutbier. Arthur Guinness, uit County Kildare, besloot een brouwerij op te richten en begon klein. In 1759 tekende hij een huurovereenkomst van 9OOO jaar op een locatie in het centrum van Dublin. De plek werd een klein dorp met een coöperatie, gerstmouterij en zelfs met eigen trein en brandweer. Het bedrijf bouwde z’n eigen schepen om de vaten bier via water te vervoeren en huurde wetenschappers in om de stout nog te perfectioneren.
Als je bij het Storehouse aankomt, begint het verhaal tot leven te komen. Tijdens het bezoek ontdek je de vier elementen die gebruikt worden bij het maken van het perfecte bier: water, gerst, hop en gist. Je loopt over paden van verschillende niveaus met watervallen, hop die groeit achter glas, industriële leidingen en fittingen die een aantal van de geluiden, aroma’s en sfeer van de brouwerij nabootsen. Het hoogtepunt van het bezoek beleeft men in de Gravity Bar, op de hoogste verdieping, met een panoramisch uitzicht over de stad.
Dankzij slimme reclame, (pub-borden en veelkleurige advertenties) werd het Guinness verhaal over de wereld verspreid en toen in 2009 Guinness zijn 250e verjaardag vierde, hieven miljoenen mensen over de hele wereld het glas om te toosten op Arthur’s Day.
De laatste nacht van onze reis verblijven we in het Hilton Dublin hotel. Het moment om te klinken op de mooie tijd die we samen doorbrachten. We heffen het glas om al diegenen te bedanken die de reis mogelijk maakten en dan vooral Marijke om haar voortreffelijk” tijdelijk voorzitterschap.”
Achtste dag van de reis: 2 september :
Te voet zetten we de verkenning van Dublin verder en alweer schijnt de zon! We wandelen langs de Liffey, voorbij de bekende “Ha’penny bridge.” Vóór de bouw van deze brug kon men de rivier enkel oversteken met oude ferry’s. Op een bepaald moment werden de ferry’s afgekeurd en besloot de baas van de ferrydienst een ijzeren brug te bouwen over de Liffey. Hij mocht toen 100 jaar lang tol vragen aan iedereen die overstak, een halve penny per persoon, vandaar de naam halfpenny bridge…
We bekijken het “Jeanie Johnston Tallship”, een replica op ware grootte van het emigrantenschip dat duizenden Ieren naar Amerika bracht. Vlak bij het schip, aan de Custom House Quay, staat het “Famine Memorial”. Het is een groep levensgrote, bronzen beelden van uitgemergelde mensen die naast de rivier lopen op weg naar een beter leven aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.
Aan de Docklands staat ook het Epic museum dat de Ierse emigratie en de Ierse diaspora belicht aan de hand van interactieve galerijen en video’s. Ook de prestaties van Ieren in kunst, sport en wetenschap worden hier getoond. Een bezoek aan Dublin is niet compleet als men dit museum niet heeft gezien.
Het General Post Office, een indrukwekkend classicistisch gebouw, is het hoofdkwartier van de Ierse post. Het ligt aan één van de drukste straten van de hoofdstad, O’Connell Street. Het is een mooi, historisch gebouw uit de 19e eeuw dat een belangrijke rol heeft gespeeld tijdens de Paasopstand in 1916.
Hier werd de onafhankelijkheidsverklaring voorgelezen en werd voor de allereerste keer de Ierse driekleur gehesen, groen-wit-oranje.
Alles hangt aan elkaar in Ierland. De geschiedenis is vervlochten in alles wat je ziet en hoort. Voorbeeld hiervan is de zeer opvallende “Spire”, een 120 meter hoge spits die werd ontworpen ter vervanging van de “Nelsons’Pilar”.
Nelson’s zuil, ook op O’Connell Street, was een hoge granieten pilaar met het standbeeld van Horatio Nelson, de Engelsman die in 1805 de overwinning in de zeeslag van Trafalgar op zijn naam wist te schrijven. Dat was in een strijd tussen de Engelsen enerzijds en de Fransen met de Spanjaarden anderzijds. Nelson won wel de slag maar verloor het leven. Sindsdien wordt hij in Londen geëerd en staat hij, hoog en droog, op een gigantische zuil op Trafalgar Square. Maar de Nelson zuil in Dublin was voor de Ieren een controversieel gegeven en in 1966 werd Horatio Nelson van zijn Ierse sokkel geblazen door het Ierse Republikeins Leger. (IRA) Later kwam de Spire, ook wel de “Stiletto” genoemd in de plaats.
De Spire is een verwijzing naar de transformatie van Dublin, van haar turbulent verleden naar haar bruisend heden: in 25 jaar transformeerde Dublin van achterlijke stad naar bruisende hoofdstad en Ierland van bijna armste land van West-Europa naar economisch tweede plaats in Europa. Ieren zijn ondertussen wereldburgers geworden: de hoofdkwartieren van Google, Meta, Apple, Tik-tok, X, Microsoft en de grote farma-bedrijven, ze zitten allemaal in Ierland. Ierland heeft ook voor het vierde jaar op rij een begrotingsoverschot, iets waar wij in België alleen maar van kunnen dromen.
We stappen verder naar Temple Bar, een levendige wijk met pubs, restaurants, galerijen en boetieks. Het is het culturele-en uitgaans-gebied van de stad waar zowel toeristen als locals zich laten zien, en cultuurliefhebbers en feestgangers. Irish craic!!!
Het meest bekende standbeeld van Dublin is natuurlijk dat van Molly Malone en haar handkar, in Suffolk Street. Volgens het liedje uit 1876, was deze dame overdag visverkoopster en werkte zij ‘s avonds als prostituee. Om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen moest ze haar schoonheid aan vreemden verkopen.
Wij lopen nog steeds achter gids Myriam aan maar de vermoeidheid begint z’n tol te eisen en terwijl onze formidabele reisleidster verder stapt naar Dublin Castle, haken wij stillekes af en besluiten ons nog even op het culinaire pad te begeven.
We stappen binnen in restaurant ”The Bank”, een prachtig huis dat ooit als bankgebouw dienstdeed en beschreven werd als één van de juweeltjes van Victoriaanse kunst. Hier genieten we de laatste keer van een Ierse lunch en we eindigen onze reis zoals we zijn begonnen: met een Guinness !
Daarna moeten we stilaan afzakken naar de plaats waar Bert en zijn bus op ons wachten.
Het einde van de reis is in zicht. Iedereen moe maar uiterst tevreden.
Na een vlotte vlucht naar Amsterdam en een even vlotte busrit zien we in de verte de lichtjes van de Schelde weer.
Met een koffer vol prachtige herinneringen zijn we weer thuis.
Alberte
Het is een mythe dat er “fairies” zijn in Ierland.
They used to be. Tegenwoordig niet meer. Ze besloten dat hun aanwezigheid niet langer nodig was in een snel moderniserend land en vertrokken.
