Sep 26 2025
/
De Islam, een vredelievende religie of een eindeloze strijd tegen de ongelovigen?
Foto: Essam Hussein via Pixabay.
Voordracht door mevrouw Ria Malisse op donderdag 26 juni 2025.
De Islam is geënt op het Jodendom en het Christendom maar blijft verstokt in de Arabische traditie.
Hij erkent enkel de Koran en de Soenna. Andere heilige boeken zijn niet toegelaten.
De Koran is in het geloof van moslims niet door mensen gemaakt maar is een overlevering van ingevingen, die de profeet Mohamed kreeg van Allah.
De woorden in de Koran zijn dus onveranderlijk en eeuwig en kunnen niet aan kritische analyse onderworpen worden.
Gezien er geen hiërarchische structuur bestaat in de Islam konden en kunnen sterke persoonlijkheden hun eigen zienswijze opdringen en als wet doordrijven.
Het is ondenkbaar dat moslims onderzoek zouden verrichten naar het ontstaan van de Islam; op ongelovigheid en ketterij staan zware straffen.
De Islam noemt zich een religie van vrede met morele waarden en normen. Allah eist echter om de ongelovigen te bestrijden.
De politieke Islam wil terug naar een verleden dat volledig geïdealiseerd wordt. De geradicaliseerde excessen zijn hier een gevolg van.
Toch is deze radicale Islam een verschijnsel dat ontstaan is na de Eerste Wereldoorlog. Een manier om de sociale en politieke vernederingen plus de kolonisering van de moslimwereld te wreken bij middel van religie.
Sommigen vonden dat een “Heilige Oorlog” nodig was om de eigen moslimidentiteit terug te winnen. De grote vijand was het goddeloze Westen evenals de eigen Arabische leiders, die verraad pleegden aan de Islam door voor Westerse waarden te kiezen.
De reusachtige inkomsten aan petrodollars brachten in het Midden-Oosten geen vrede en sociale vooruitgang maar leidden tot een cynische machtspolitiek en sociale ontwrichting. Een vruchtbare bodem voor fanatieke jihadisten die willen terugkeren naar een imaginaire islamitische staat, en hiervoor tot wereldwijde terreur bereid zijn.
De jihad is ingeschreven in de “Heilige Schriften”, als de religieuze plicht om andersdenkenden te onderwerpen en te bekeren, ook al wordt men zelf niet aangevallen. Zo is het militante wantrouwen tussen soennieten en sjiïeten zo oud als de islam zelf en is de “Heilige Oorlog” tegen afvallige moslimheersers een steeds terugkerend kenmerk.
Miljoenen moslims noemen zich met recht en reden gematigde en vredelievende moslims, hun “Heilige Schriften” bieden niet enkel een eigen kijk op de wereld maar een evenwaardig moreel kader.
Het is duidelijk dat de Islam niet alleen een godsdienst is maar een allesomvattend systeem dat alle aspecten van het menselijk leven aanraakt en voorschrijft hoe een moslim zich moet gedragen.
Dit verschillend denken en aanvoelen heeft onbewust een andere visie op de samenleving gecreëerd, verschillend van wat in het Westen voorrang heeft.
Een boeiende maar moeilijke materie die ons toch een beter beeld gaf van de Islam.
Anne Marie
