Sep 26 2025
/
Vergeten vrouwen
Verslag van de voordracht door de heer Jan van den Berghe op donderdag 22 mei 2025
“Vergeten vrouwen”
In deze causerie gaat Jan van den Berghe, aan de hand van sterke verhalen over uitzonderlijke Belgische vrouwen, dieper in op het mysterie en de kracht van de vrouwelijke geest.
1. Isala van Diest, de eerste vrouwelijke arts, wordt steeds geboycot door mannelijke collega’s en sterft eenzaam in 1916.
2. Marie Popelin, de eerst vrouwelijke doctor in de rechten krijgt door een veto van de advocatenorde geen toelating tot de balie. Daarom richt zij samen met Isala van Diest en haar zus Louise Popelin de Liga voor Vrouwenrechten op. Pas 9 jaar later mogen vrouwen pleiten, de eerste vrouwelijke magistraat komt er pas in 1942, lang na haar overlijden in 1913.
3. Louise Popelin, (1850-1937) de eerste vrouwelijke gediplomeerde apotheker, groeit samen met haar zus Marie op in een liberaal en progressief Brussels gezin, waar ook de dochters naar school gaan. Zij bezoekt de eerste school voor middelbaar meisjesonderricht en gaat er in 1868 als lerares aan de slag. In 1880 schrijft zij zich in aan de universiteit van Brussel in voor een kandidaatsopleiding in de natuurwetenschappen en apothekerswetenschappen en opent in 1887 een apothekerspraktijk in centrum Brussel.
4. Zuster Amandine van Schakkebroek, (1872-1900) treedt in als werkzuster bij de Franciscanessen van Maria, volgt een verpleegstersopleiding en vertrekt naar China als missiezuster om zorg en steun te bieden aan de lokale bevolking. Daar wordt ze tijdens de Boksteropstand vermoord en nadien heilig verklaard door Paus Johannes Paulus II.
5. Hélène Dutrieu, “De menselijke Pijl”, is de eerste vrouwelijke piloot ter wereld. Ze begint haar carrière als stuntvrouw en is de eerste Belgisch vrouw met een vliegbrevet (1910). Door haar gedurfde en spectaculaire vluchten wint ze talrijke prestigieuze prijzen en heeft zo vele andere vrouwen geïnspireerd om de luchtvaart in te gaan.
6. Berthe Gheude trouwt op haar 40ste met Alphonse Cabra, een Belgische officier en ontdekkingsreiziger en is de eerste blanke vrouw die het Afrikaanse continent doorkruist tussen 1905 en 1906 als onderdeel van een missie om de grenzen van Belgisch Congo vast te stellen. Deze “vrouwelijke Stanley” leverde oa. door haar reisnotities een grote bijdrage aan de koloniale geschiedenis.
7. Alexandra David, schrijfster, ontdekkingsreizigster, operadiva, boeddhiste en feministe wordt omschreven als de meest verbazingwekkende vrouw van haar tijd. Geboren in Frankrijk maar opgegroeid in Brussel studeert ze zang aan het Koninklijk Conservatorium en zingt oa. in de opera van Hanoi. Ze ontwikkelt een diepe interesse in oosterse filosofie en religie en maakt kennis met het boeddhisme. Na haar huwelijk vertrekt ze in 1911 zonder haar echtgenoot voor een studiereis van 14 jaar naar India, heeft er een relatie met de kroonprins in Sikkim, leeft 2 jaar in een grot en reist vermomd als een Tibetaanse pelgrim te voet, te paard of op de rug van een jak door de Himalaya. Later onderneemt ze nog reizen naar India, China, Japan en Mongolië en keert in 1946, na haar verblijf in China gedurende WOII terug naar Frankrijk en overlijdt in 1969.
8. Jeanne-Marie Artois, ontpopt zich als brouwersdochter in de 19de eeuwse machowereld als een succesvolle captain of industry en legt zo de basis van het INBEV fortuin. In 1813 neemt ze met haar zus de brouwerij over van hun vader, Adrien Artois. Onder haar leiding kent de brouwerij een grote bloei en in de Napoleontische tijd is Artois de grootste brouwerij van het rijk. Ze speelt een belangrijke rol in de modernisering van het brouwproces, oa. door de introductie van een stoommachine in 1823. Zij leidt het bedrijf tot aan haar dood in 1840, nadien wordt alles verkocht aan de familie Spoelberch.
9. Dédé de Jongh, “de kleine cycloon”, smokkelde met haar netwerk tijdens WO II meer dan 700 neergehaalde Britse piloten naar Gibraltar. Zij was de sleutelfiguur van Le Réseau Comète, de meest succesvolle ontsnappingsroute in het door de nazi’s bezette Europa. Zij maakte zelf 22 gevaarlijke tochten over de Pyreneeën en hielp persoonlijk 118 soldaten ontsnappen. Uiteindelijk wordt ze in 1943 toch gearresteerd en gedeporteerd naar Mauthausen maar komt toch vrij omdat de Duitsers niet geloven dat zij de leiding over het netwerk heeft. Na de oorlog vertrekt ze naar Congo om leprapatiënten te verzorgen. Ze keert ziek terug naar België en krijgt in 1985 van koning Boudewijn de titel van gravin.
10. Anna Boch (1848-1936) is een Belgische impressionistische schilderes, bekend om haar landschappen en stillevens. Als dochter van Victor Boch, de oprichter van Villeroy&Boch groeit ze op in een welgestelde familie die actief is in de keramiekindustrie. Door zich in 1885 aan te sluiten bij Les XX krijgt ze de kans om werken van oa. Ensor, Van Rysselberghe en Van Gogh aan te kopen en zo een immense kunstverzameling aan te leggen. Zij is naast een getalenteerde schilderes ook een gepassioneerde muzikante. Niet alleen in de kunstwereld is zij een pionier, maar ook in haar levensstijl: als een van de eerste vrouwen in België koopt zij in 1907 een Minerva waarmee zij door België en Frankrijk reisde voor inspiratie voor haar schilderijen.
11. Marie Pleyel-Moke (1811-1875), pianovirtuoze en femme fatale. Reeds op jonge leeftijd erkend als een uitzonderlijk talent en aanbeden door oa. Chopin, Liszt, Paganini en Berlioz. Zij trouwt met pianofabrikant Camille Pleyel , geeft concerten in prestigieuze zalen in Parijs, Wenen, Leipzich, Sint-Petersburg en Londen en sluit haar carrière af als docente aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel.
12. Alice Nahon (1886-1933) “De vrouwelijke Guido Gezelle” die door haar eenvoudige sentimentele verzen als rolmodel dient voor de Vlaamse vrouw tijdens WO II. Zij groeit op in een groot gezin en heeft een moeilijke jeugd door gezondheidsproblemen. Vanwege haar chronische bronchitis verblijft ze jarenlang in sanatoria. Alice glorieert in haar rol van mooie, ziekelijk dichteres. Een vrome maagd was ze nooit, eerder een hyperactieve mannenverslindster (20 minnaars). Dankzij Camille Huysmans werkt zij in haar latere jaren als bibliothecaresse in Mechelen.
13. Caroline Popp (1808-1891), moeder van 10 kinderen, schrijfster, journaliste en uitgeefster. Zij richt in 1837 samen met haar echtgenoot de liberale krant Journal de Bruges op waarvan zij 50 jaar lang de hoofdredactrice is. Daarnaast zet ze zich in voor fiscale hervormingen, de industrialisatie en de strijd tegen armoede in Vlaanderen. Onder het pseudoniem Charles publiceert zij ook eigen journalistiek werk in verschillende tijdschriften en krijgt internationale erkenning. Zij krijgt de titel van Ridder in de Orde van Leopold maar kiest bij haar overlijden toch voor een eenvoudige begrafenis.
14. Emilie Claeys (1855-1943) groeit op in een arbeidersgezin in Gent en maakt door haar werk als spinster de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in de textielindustrie van nabij mee. Zij wordt een voorvechtster van vrouwenrechten en richt in 1886 de Socialistische Propagandaclub van Vrouwen op. Zij wordt lid van de Landelijke Raad van de Belgische Werkliedenpartij (BWP). Door haar pleidooi voor geboortebeperking en voorbehoedsmiddelen komt ze in aanvaring met de katholieke kerk en haar eigen partijgenoten. Vanwege haar samenwonen met een gehuwde man wordt ze vervangen als hoofdredacteur van Vooruit, verlaat de BWP en leeft tot haar dood in grote armoede.
15. Honorine de Schrijver (1887-1977) “de Coco Chanel van het Noorden” groeit op in een arbeiderswijk, begint haar carrière als naaister en richt met haar partner Paul-Gustave Van Hecke het modehuis Couture Norine op dat een belangrijke rol speelt in de Belgische avant-garde. Zij werkt samen met kunstenaars zoals René Magritte, Frits Van den Bergh en Léon Spilliaert en zet zo de Belgische mode op de kaart. René Magritte wordt vanaf 1926 haar huisillustrator, zijn invloed is zichtbaar in de grafische en surrealistische elementen in haar ontwerpen. Na WO II begint het modehuis te verzwakken en sluit zijn deuren in 1952. Nadien maakt zij nog kleine collecties en overlijdt op 90-jarige leeftijd.
Van Hecke speelt een cruciale rol in het modehuis door zijn rol als kunstpromotor en financier en is betrokken zowel bij de artistieke inspiratie als bij de publiciteit en promotie.
16. Lucie Dejardin “de Spartacus van de Borinage” wordt geboren in een mijnschacht, begint als 13-jarige als kolensjouwster in de mijn en wordt op haar 16de socialistische militante. Tijdens WO I is ze spion in de verzetsgroep La Dame Blanche, wordt gearresteerd en komt later toch vrij. In 1929 wordt zij de eerste vrouwelijke Belgische volksvertegenwoordiger in Luik en pleit voor gelijke lonen voor mannen en vrouwen. Daarmee is zij een belangrijke stem in de strijd voor vrouwenrechten en sociale hervormingen. Zij vlucht in 1940 naar Engeland en waar ze zich inzet voor de opvang van vluchtelingen. Keert na de oorlog terug naar de politiek maar overlijdt in 1949 aan een hartkwaal.
17. Lucienne Herman-Michielsen (1926-1995) is een liberale politica en lid van de PVV die een belangrijke rol speelde in de Belgische politiek, vooral op het gebied van vrouwenrechten en de legalisering van abortus. Zij behaalde een doctoraat rechten aan Universiteit Gent en was senator en staatssecretaris voor de Vlaamse gemeenschap. Zij diende in 1990 samen met Paul Lallemand een wetsvoorstel in dat leidde tot de legalisering van abortus in België, waarmee ze koning Boudewijn, de Kerk, de katholieken en het Vlaams Blok tegen zich in het harnas joeg. De goedkeuring leidde tot een mini-koningskwestie omdat koning Boudewijn omwille van zijn katholiek overtuiging weigerde de wet te ondertekenen. Zij richtte later nog de Federatie van Vlaamse PVV-Vrouwen op, trok zich in 1991 om gezondheidsredenen terug uit de politiek en overleed in 1995.
18. Vina Bovy, (1900-1983), de “Maria Callas van Vlaanderen”, ook wel de “Sarah Bernhardt van het lyrische toneel” genoemd. Haar leven begint in een Gents armenbeluik, ze wordt schatrijk, beleeft ontelbare amourettes, trouwt met een Italiaanse graaf, woont in een kasteel aan de Azurenkust, verspeelt een fortuin in de casino’s en eindigt op een bescheiden flatje in Gent.
Malvina Bovy debuteerde in 1916 in Gentse theaters en bij de Vlaamse Schouwburg van Gent, zong in Parijs en Brussel. In 1926 komt Bovy op uitnodiging van Arturo Toscanini naar Milaan, trad op in Buenos Aires en Rio de Janeiro. In 1928 trok ze naar de opera van Monte Carlo, leerde haar echtgenoot Norberto Fischer, de erfgenaam van prinses Maria Laetizia Bonaparte, kennen en stopte haar carrière voor enkele jaren. In 1935 maakte zij haar debuut in de opera van Parijs met Rigoletto, zong als eerste sopraan ter wereld de vier vrouwenrollen in Les contes d’Hoffmann van Offenbach en zong in Buenos Aires met bekende tenoren, oa. Benjamino Gigli. Na de oorlog werd ze benoemd tot directrice van de Koninklijke Opera van Gent en trad een laatste maal op in 1964 in het Casino-Kursaal van Oostende. Vina Bovy had een uitgebreide stemomvang die ging van lyrische sopraan tot colaratuursopraan.
In deze voordracht leidt Jan van den Berghe ons met historische wetenswaardigheden en anekdotes door het leven van oorlogsheldinnen, avonturiersters, pioniersters, operadiva’s, zakenvrouwen, schrijfsters en weldoensters en brengt zo een eerbetoon aan miskend vrouwelijk talent. Hij maakt ons er ook op attent dat vele van deze opmerkelijke vrouwen vanwege de maatschappelijke beperkingen van hun tijd ongehuwd bleven en niet zelden hun laatste jaren in armoede doorbrachten.
Marijke
